Shang Ch’in, Ontsnappende hemel

Bij uitgeverij Voetnoot verscheen onlangs de bundel Ontsnappende hemel met mijn vertalingen van Shang Ch’in. Erik Lindner besprak het boek voor De Groene. Hieronder volgt een kleine selectie uit de bundel.

‘Geluk is datgene wat een mens wordt onthouden,’ schrijft Shang Ch’in (ook wel Shang Qin, 1930-2010) in het gedicht ‘Poes door de muur’. Een erg vrolijke uitspraak is dat niet, maar misschien is het wel een van de redenen waarom het idee van ‘ontsnapping’ zo kenmerkend is voor Shang Ch’ins poëzie. Het geluk moet altijd elders worden gezocht. In Shang Ch’ins werk zitten voortdurend mensen of dieren opgesloten, worden handen bevrijd van hun lichaam, en hebben kinderen en dieren een grotere (geestes)vrijheid dan volwassenen omdat ze niet door de rede worden beheerst. Overduidelijk is Shang Ch’in begaan met de mens, de gevangen mens achter slot en grendel van eigen lichaam, geest en leefomgeving. In de wereld van ‘het door mensenhand geschapen zonlicht’, waar rationaliteit, beheersing en overheersing de dienst uitmaken, zondert hij zich af in nacht, schaduw en duisternis. Alleen buiten het licht, buiten de rede, buiten de georganiseerde samenleving, vinden dromen en verbeelding hun weg, bevriezen taferelen voor een enkele seconde, en geven zo een stem aan wat in de marges van het bestaan gedrongen is.

Geboortestreek

De vuurrode zon is gezonken, de bronswitte maan nog niet op, wolken drijven uiteen, mist daalt neer. In de schemering ver van huis, in het nachtelijke geruis van de dichtneervallende mimosabladeren, hoor ik vaag een stem vragen: ‘Waar komt u vandaan?’ Omdat ik doorgaans bang ben mensen in verlegenheid te brengen met de naam van het plaatsje waar ik ben opgegroeid, antwoord ik: ‘Sichuan.’ En alsof ik voorzie dat mijn weldoordachte antwoord misschien nog te veel van hem zal vergen, voeg ik er onmiddellijk een welluidende uitleg aan toe: ‘De plek die land van overvloed wordt genoemd.’ ‘Land van overvloed? Ha ha, u gelooft zeker ook in het paradijs?’ Dat is wel heel sterk! Die kent zelfs Sichuan niet! Dus zeg ik: ‘China.’ Het is toch onmogelijk dat hij dat niet kent. ‘China?’ Maar het lijkt erop dat zelfs dit hem stomverbaasd doet staan en ik verlies stilaan mijn geduld: ‘Dat wat buitenlanders ook wel Cathay hebben genoemd, met een oppervlakte van meer dan elf miljoen vierkante kilmeter, een bevolking van vierhonderdvijftig miljoen mensen, een vijfduizend jaar oude cultuur, een van de vijf oude beschavingen van de wereld…’ ‘Wereld? Wat zijn dat voor weinigzeggende woorden die u bezigt.’ ‘De aarde,’ zeg ik. ‘De aarde! Maar dat is toch amper een plaats, kunt u niet wat concreter zijn?’ ‘Het zonnestelsel!’ Nu ben ik echt kwaad en schreeuw een tegenvraag: ‘En wat mag uw geboortestreek wel niet zijn?’
Zacht, zo zacht als een regenboogstrijkstok over de E-snaar van een zonnecello strijkt, zegt hij: ‘Het heel-al.’

Giraf

Toen de jonge cipier merkte dat de maandelijkse toename van de lengte van de gevangenen bij elke lichamelijke inspectie in de nek zat, rapporteerde hij aan de directeur: ‘Meneer, de ramen zitten te hoog!’ Maar het antwoord dat hij kreeg was: ‘Nee, ze kijken uit naar de tijd.’

De goedhartige jonge cipier kende het gezicht van de tijd niet, wist zijn geboorteplaats niet en had geen idee van zijn verblijfplaats; daarom patrouilleerde en waakte hij elke nacht in de dierentuin, voor het hek van de giraf.

Ontsnappende hemel

Dodengezicht is nooit gezien moeras
Moeras in wildernis is ontsnapping van hemeldeel
Vluchtende hemel is overvloedige rozen
Overstromende rozen is nooit gevallen sneeuw
Niet gevallen sneeuw is tranen in aders
Opwellende tranen is bespeelde luitsnaren
Tokkelende luitsnaren is brandend hart
Verbrand hart is wildernis van moeras

Elektrisch slot

Vannacht waren de straatlantaarns in de wijk waar ik woon weer precies om middernacht uitgegaan.

Terwijl ik mijn sleutels opviste, richtte de vriendelijke taxichauffeur bij het keren zijn koplampen recht op mijn rug, genadeloos tekenden de sterke stralen het gitzwarte silhouet van een man van middelbare leeftijd op de ijzeren deur, totdat ik de juiste sleutel uit de bos had gepakt en hem recht in mijn hart had gestoken; pas daarna reed de vriendelijke taxichauffeur weg.

Ik draaide de sleutel in mijn hart toen met een klik om en trok het ingenieuze metaal er meteen weer uit, duwde tegen de deur en liep resoluut naar binnen.
Al snel was ik aan het donker gewend.

Het studeervertrek der ledigheid

Haar rug met vlechten naar me toegekeerd zei ze tegen me: Breng me alsjeblieft mijn beeltenis terug, ik ben haar verloren in de schemering.

Ik haastte me terug naar de dageraad, ging door de kleine uurtjes, het holst van de nacht, bladerde door het avondrood van gisteren, maakte direct rechtsomkeert, ging opnieuw door het holst van de nacht, de kleine uurtjes, en toen ik met één voet op de rand van de ochtendwolken meende te stappen riep ik haar toe: Gevonden!

Langzaam draaide ze zich om en keerde mij haar lange zwarte haren toe; mijn andere voet bleef in de avondval staan.

Eerste week van rouw

Ter nagedachtenis aan de moeder van de moeder van mijn dochters

Bijna thuis.

Toen ze zich, zoals ze gewoon was van een halve eeuw eerder, vooroverboog op het dijkje langs de beek waar ze als kind kleding waste, merkte ze dat haar handen geen druppeltje verfrissing meer konden opscheppen en dat het water, vlak als een heldere spiegel, haar verschijning helemaal niet weerspiegelde; pas daardoor bedacht ze dat haar zoon en schoondochter misschien wel naar de kerk gingen, dat niemand boeddhistische soetra’s voor haar zei, dat er zelfs geen gedenkplaat voor haar was.

Een perzikbloesemblaadje stroomde over de nieuwe maan voorbij en bijna barstte grootmoeder in huilen uit. Bijna vergat ze dat ze was teruggekomen over de golven van olifantsgras, over de golven van riethalmen, over de golven van de Straat van Taiwan, over de golven van het Dongtingmeer.

Derde week van rouw

Ter nagedachtenis aan de oom van mijn kinderen van moederskant

Om uit te leggen dat hij toch heus niet als een echte spion was gestorven, kwam hij weer snel naar mijn raam; de resterende zeelucht die nog om hem heen hing ergerde de lome siamees die in de hoek van de kamer lag.

Om uit te leggen dat hij toch heus niet door een complot was gestorven, kon hij enkel de schommelende, onmeetbare temperatuur van de zeestromen aan mijn lichaam doorgeven, waardoor ik het in mijn droom beurtelings koud en warm kreeg. Helaas was hij de menselijke taal allang kwijt.

Om uit te leggen dat hij door een draaikolk in de zeestroming en door zeewier naar beneden was gezogen, liet hij de schaduw van zijn zwervende geest keer op keer door de gordijnen omwikkelen en zonk voor ik wakker schrok langzaam weg in de diepe, zwarte lucht.

Vijfde week van rouw

Ter nagedachtenis aan de grootvader van mijn kinderen van moederskant

Toen hij zijn ondergeschikte, die hem enkele jaren eerder was voorgegaan en die nog altijd een rondzwervende ziel was, hoorde klagen dat hij, door de moeilijkheden die hij telkens weer van de kleinste goden ondervond, niet in staat was de voetsporen uit zijn vorige leven volledig terug te nemen, kon hij niet anders dan luid verzuchten dat de pikorde zelfs in het rijk der schimmen bestond. Waarom werd hemzelf anders bij het in- en uitgaan van zijn voormalige woning geen strobreed in de weg gelegd?

Maar zijn adjudant bij leven had een andere verklaring: ‘Commandant, het heeft niets met mijn rang te maken dat het hernemen van mijn sporen niet erg voorspoedig verloopt, het probleem ligt bij de kogel in mijn been; tijdens mijn leven maakten de verschillende pijngradaties dan wel dat ik het weer kon voorspellen, maar nu denken de deurgoden van mijn eigen huis dat ik een moordwapen bij me draag en daarom laten ze me niet in- en uitgaan.

Nu begreep de commandant uiteindelijk dat zijn zoon en schoondochter hem heus niet oneerbiedig hadden behandeld door hem te laten cremeren. Hij herinnerde zich hoe een kleinzoon tijdens het verzamelen van de botten de gesmolten kogelsplinters naast zijn ruggengraat abusievelijk voor een eremedaille had aangezien.

Noot:
Volgens een populair boeddhistisch geloof keren de geesten van de doden terug naar alle plaatsen waar ze in hun leven zijn geweest; in omgekeerde richting doorlopen ze hun leven nogmaals, ‘nemen het terug’, voordat hun zwervende ziel tot rust kan komen.
Voor het Boeddhistische ‘hernemen van voetspoeren’, zie de noot bij het gedicht ‘Voorgeschoten voetafdrukken’.
Het is een Taiwanese boeddhistische gewoonte om na de crematie de overgebleven botten te verzamelen, te wassen, te drogen, bijeen te binden en samen met de as in een urn te begraven.

Poes door de muur

Sinds zij is vertrokken is die poes hier gekomen die onbelemmerd mijn woning in en uit loopt; deuren, ramen en zelfs muren houden haar niet tegen.

Toen zij er was waren de mussen buiten de betraliede deuren en ramen jaloers op ons leven; zij was mijn steun en toeverlaat: wanneer ’s avonds de elektriciteit werd uitgeschakeld bracht ze me een halvemaan (ze geloofde dat voor poëzie schrijven niet veel licht nodig is), in warme zomernachten stond ze naast mij en wasemde koelte uit.

Ik had niet met haar over geluk moeten praten. In plaats van mijn gewone gemompel zei ik die dag: ‘Geluk is datgene wat een mens wordt onthouden.’ De volgende ochtend is ze weggegaan zonder afscheid te nemen.

Ze was niet het soort vrouw dat met lippenstift op de spiegel schrijft, ze had ook geen pen gebruikt; met haar vingers, met haar lange, scherpe nagels had ze diep in het behang gekrast: Vanaf vandaag zal ik jouw geluk zijn en jij het mijne.

Sinds die poes onbelemmerd mijn woning in en uit loopt heb ik haar nog nooit echt gezien, zij komt altijd midden in de nacht en gaat bij dageraad.

Half haantje

Zondag, ik zit op een ijzeren bank die een poot mist in een afgelegen hoekje van een park de lunch te verorberen die ik in een fastfoodrestaurant heb gekocht. Al kauwend bedenk ik ineens dat ik al tientallen jaren geen haan heb gehoord.

Met de botten probeer ik een vogel samen te stellen die in staat is de zon te roepen. Ik kan de stembanden niet vinden. Want hanen hoeven niet meer te kraaien. Het is hun werk om onophoudelijk te eten, en zij zijn hun eigen product.

Onder het door mensenhand geschapen zonlicht
is droom
noch dageraad.

Hier een Engelstalig artikel over Shang Ch’ins leven en werk door Steve Bradbury.

Categorie: Poëzie, Taiwan, Vertalingen | Thema: | Permalink |

Comments are closed.