Yang Mu’s poëzie: persoonlijk en universeel

Ik schreef dit keer een blog voor het platform China2025, over de poëzie van de vorig jaar overleden Taiwanese schrijver Yang Mu. Over zijn werk wordt wel gezegd dat het de perfecte versmelting is van Chinese én westerse tradities. Hij was bij uitstek een dichter die volledig aansloot op het aloude Chinese adagio: ‘Poëzie verwoordt wat het gemoed bezighoudt’ 詩言誌.
Lees het hier:

Een portret van de onzekerheid en zorgen van de mens

De dichtbundel De dood in een stenen schuilplaats van Lo Fu is in Taiwan een “moderne klassieker”. De bundel werd voor het eerst gepubliceerd in 1965, de dichter begon met het schrijven van het eerste gedicht in 1958, tijdens de bombardementen van China op het eiland Quemoy, waar Lo Fu destijds was gestationeerd als verbindingsofficier voor een militair radiostation; hij ontving de correspondenten uit andere landen die het front kwamen bezoeken. Maar de bundel is niet zomaar de neerslag van Lo Fu’s persoonlijke ervaringen: het is óók de uitdrukking van het existentiële drama van de generatie schrijvers die China in 1949 verliet en zich in Taiwan vestigde. En meer dan dat: het laat in zijn algemeenheid zien wat oorlog en geweld met mensen doet – denk aan Irak, aan Syrië, aan Afghanistan… Lo Fu zelf noemde het ‘een portret van de onzekerheid en zorgen van de mens in de moderne tijd; een eenzame schreeuw tussen leven en dood, liefde en haat, winst en verlies.’ Wat doen oorlog en geweld met een mens? Ik schreef er een gastblog over voor het China-platform China2025.

Een asgrauwe dageraad

Op 4 oktober j.l. verscheen de dichtbundel van de Chinese dichter Wang Jiaxin, een selectie van ruim 60 gedichten uit het werk van deze vooraanstaande dichter.

In zijn hele werk is een voorliefde te zien voor het kleine, voor alledaagse details en gebeurtenissen, die Wang een bredere, algemenere waarde geeft. Door die aandacht voor het kleine klinken zijn gedichten vaak bescheiden, en dat wordt versterkt door de rustige toon van de gedichten die beschouwend, bijna vertellend is. Hij schuwt grote woorden en mijdt abstracties. Vrijwel alles is wat het is, wat overigens niet wil zeggen dat er geen diepere, metaforische betekenis achter zijn regels schuilt. Maar hij past geen kunstgrepen toe, laat zich niet verleiden tot woordspelletjes noch tot hermetische beeldspraak. ‘Ik schrijf gedichten, geen raadsels’, zegt hij in een gedicht ‘Een antwoord op Ilja Pfeijffer’s uitspraak ‘Onbegrijpelijke poëzie is altijd beter dan makkelijke’, en ook: ‘Als ik schrijf “De hele winter eet hij appelsienen”, dan at hij appelsienen, geen metaforen’. Poëzie draait voor Wang juist niet om ‘gewaagde metaforen, vernieuwende woordcombinaties, ongebruikelijke woorden of verontrustende syntaxis.’ Wang balanceert tussen de realiteit en dat wat daarachter schuilt, zijn kracht zit vooral in ‘de onmisbare witte ruimte tussen twee verzen’.

De vrije verzen van Wang Jiaxin zijn bedrieglijk eenvoudig en kristalhelder, en zoals kristal een heel kleurenspectrum verspreidt wanneer je het draait in het licht, zo heeft de poëzie van Wang Jiaxin een hele reikwijdte aan betekenis en overpeinzingen. In de schaduw van verleden en heden zoekt hij naar waarheden, grote en kleine, en benadert via concrete beschrijvingen een tijdloze eenzaamheid. Hier een voorbeeld, in de vertaling van Iege Vanwalle.

EEN BIERTJE MET MIJN ZOON

welke ambitie heeft een man van over de vijftig nog?
hij droomt er enkel van het glas te heffen
met zijn volwassen zoon die hij al zo lang niet heeft gezien
de glazen klinken –
zo omhelzen zij elkaar
zo verzoenen zij zich met elkaar
dan zwijgen ze
als de zoon opstaat, nog een glas bestelt
staart de vader naar zijn glas
schuim glijdt van de rand naar de bodem

De hele bundel is vertaald door Sanne Brun, Maghiel van Crevel, Minke Lok, Silvia Marijnissen, Floris Meertens, Hannah Oudman, Annelous Stiggelbout, Annabella van Tuijl, Iege Vanwalle en Laura Vermeeren

Zie: https://poeziecentrum.be/een-asgrauwe-dageraad

Dichter Hu Xudong overleden

Op 22 augustus stierf heel onverwacht de Chinese dichter Hu Xudong, op 47-jarige leeftijd. In 2014 was hij te gast op het Poetry Festival in Rotterdam. Hij was een bijzondere, talentvolle dichter, die erg mooi, gevoelig én grappig kon schrijven. Ter herinnering aan hem herhaal ik hier twee van zijn gedichten, de eerste droeg hij destijds voor op de openingsavond van het festival, de andere stuurde hij me na afloop van het festival, toen hij weer terug in Beijing was. Voor meer vertalingen zie hier.

MAMA ANA PAULA SCHRIJFT OOK POËZIE

Mama Ana Paula schrijft ook poëzie.
Met een sigaret van maisblad in haar mond smeet ze me
een dikke dichtbundel toe en zei: ‘Lees maar, van mij, mama.’
Echt waar, de onstuimige mama Ana Paula, de moeder
van mijn student José, met twee Braziliën als haar borsten,
een Zuid-Amerika op haar billen en een buik vol bier als
de Atlantische Oceaan, schrijft ook poëzie.
Toen ik haar voor het eerst zag en ze me optilde als een arend
die een kuikentje greep, wist ik niet dat ze poëzie schreef.
Toen ze me groette met ‘dag lulletje’, haar grote palmboomhanden
mijn gezicht aaiden, haar marihuanatong mijn paniekerige oren
likte, wist ik niet dat ze poëzie schreef. Iedereen zei dat ze
een gekkerd was, ook zoon José en schoondochter Gisèle,
maar niemand zei me dat ze poëzie schreef. José zei:
‘Zet mijn leraar neer, lief gekkerdje van me.’
Dat deed ze, ging verder met haar lulletje hier en lulletje daar,
en pakte een andere prooi. Ik keek naar haar sterke rug,
die zelfs als ze zat was nog altijd een stier dodelijk kon vloeren,
hoe had ik kunnen weten dat ze poëzie schreef?
Zelfs vandaag, een dag dat mama Ana Paula bijzonder kalm is,
had ik nooit kunnen bedenken dat ze ook poëzie schrijft.
Toen ik met José het huis in liep en een glimp van haar opving,
rokend bij het zwembad, armen en benen gespreid, had ik ook
nooit kunnen bedenken dat ze poëzie schrijft. Toen ik
in de woonkamer een gespierde kerel met Bob Marley rastahaar
tegenkwam en Gisèle me vertelde dat hij het vriendje was van
haar schoonmoeder van de avond ervoor, had ik al helemaal niet
kunnen denken dat mama Ana Paula die elke dag
een gespierde kerel had ook poëzie schreef.
Toch is het waar: mama Ana Paula schrijft poëzie. Waarom zou
mama Ana Paula met haar boeren en scheten geen vrouwenpoëzie
zonder boeren en scheten schrijven? Ik blader heel de bundel
van mama Ana Paula door. Inderdaad, mama Ana Paula
schrijft echt poëzie. Geen vette poëzie vol drank, geen poëzie
met marihuana en lullen, of gespierde poëzie met gespierde kerels.
In een gedicht met de titel ‘Drie seconden stilte in een gedicht’,
heeft ze geschreven: ‘Geef me drie seconden stilte in een gedicht,
dan kan ik daarin de donkere wolken van de lucht beschrijven.’

RIDDERKERK

Een witte wolk met een rugzak
heeft de windvlaag
naar Rotterdam gemist.
Hij zit midden in de lucht in een afgelegen
overstaphaven van luchtstromen
te staren, soms beweegt hij
zijn vermoeide billen, buigt zijn hoofd en ziet
hoe zijn schaduw op de rivier
geduldig met de lage, jonge zonnestralen
‘steen, schaar, papier’ speelt.
Op de Maas is het zo stil dat je
de wolk kunt horen kuchen, er zijn alleen
een paar nog slapende vrachtboten
die geruisloos onder langs zijn gekruiste benen
varen, op de containers
staat ‘China Shipping’ in Chinese karakters
als een zacht gesnurk uit de verte.
Plotseling valt zijn oog op
mij in het gras aan de waterkant, die net zoals hij
de boot heeft gemist
en er in een verlaten haventje
maar niet in slaagt stil te blijven zitten.
We groeten elkaar,
het is lastig communiceren door de uitwaaierende
klinkers van zijn wolkentaal. Hij steekt
zijn zwevende hand uit, probeert mij
een Wolkensigaret te geven, die ik vriendelijk afwijs
omdat ik alleen ‘Toren van de Gele Kraanvogel’ rook.[1]
We doen ons best de ander duidelijk te maken
dat ik een mooie dochter heb en dat hij
met een donkere wolk een halfbloed zoon heeft, die vorig jaar
naar Cape Verde is gedreven om te leren zingen.
Voor we ons gesprek kunnen verdiepen
komt er een driemasterwind die naar de Erasmusbrug waait,
en stroomopwaarts verschijnt ook mijn boot.
We grijpen tegelijk ons mobieltje
om een foto te maken als aandenken, daarna gaat hij naar zijn
Rotterdam, en ik in de tegenovergestelde richting:
een dorpje waar de windmolens op een rij staan
– mooi als mijn dochter.


[1] Wolkensigaretten en Toren van de Gele Kraanvogel zijn werkelijk bestaande sigarettenmerken in China (uit uit de provincies Yunnan en Hubei). De beroemde Toren van de Gele Kraanvogel bestaat ook daadwerkelijk, in Wuhan, en komt veelvuldig voor in klassieke Chinese poëzie.